De Wetenschap werd overgeslagen bij het klimaatberaad

In de jaarrede van de Koninklijke Academie van Wetenschappen (KNAW) meldde de president Wim van Saarloos zorgwekkende berichten over het klimaatbeleid. Zoals bekend kwam het huidige Klimaatakkoord, tot stand via een polderaanpak met vijf sectortafels, die, onder regie van Ed Nijpels, plannen voor elke sector hebben uitgewerkt. Wetenschappers met kennis van energie en klimaat zijn NIET of nauwelijks betrokken geweest.

Voor de kabinetsplannen geldt bij de nadere uitwerking hetzelfde. Daardoor is de huidige stand van de wetenschappelijke kennis op dit gebied TE WEINIG meegewogen.

Wetenschappelijke oplossingen tegen klimaatverandering zijn nauwelijks verwerkt in Nederlandse klimaatbeleid. Dat begon al aan de start: bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord, niet één wetenschapper nam deel aan de vijf Klimaattafels. ‘Een gemiste kans, want het leidt tot kortetermijnoplossingen.’

De KNAW organiseerde op dinsdag 15 oktober 2019, een bijeenkomst over het Klimaatakkoord. Daarin zal het lid van de KNAW Richard van de Sanden het akkoord tegen het licht houden vanuit zijn expertise als energiewetenschapper.

De krant TROUW meldt op 19 oktober 2019 het volgende over de bijeenkomst van 15 oktober.

Moet je dit polderend doen?”, vroeg Van de Sanden zich af op 15 oktober. “Iedereen heeft belangen, is dit dan het beste traject om klimaatverandering aan te pakken? Is het slim om hetzelfde ministerie verantwoordelijk te maken voor economische ontwikkeling én klimaatbeleid? Daarin is Nederland het enige land ter wereld.” Als voorbeeld om te laten zien hoe snel het kan gaan als dat polderen even buiten beschouwing blijft, wees hij naar de Nederlandse energie-omslag tussen 1965 en 1975. In Nederland stookte in 1975 nagenoeg geen huishouden meer op kolen dankzij een indrukwekkende gasinfrastructuur die onder leiding van de Nederlandse overheid in één decennium uit de grond gestampt werd.

Nu wordt er volgens Van de Sanden vooral korttermijnbeleid gemaakt dat is ingegeven door emotie, in plaats van gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Als voorbeeld noemde hij de overhaaste beslissing om Nederlandse huishoudens niet langer te laten stoken op aardgas. “Doe je dat op stel en sprong, berg je dan maar voor de CO2-uitstoot. Het heeft alleen zin als de elektriciteit waarmee de huizen verwarmd wordt ook groen is, dat is nog lang niet het geval.” Nu is nog maar 8 procent van de energie afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Economische karrenspoor

Nog zo’n voorbeeld: de subsidies die zijn uitgetrokken voor elektrisch rijden. Zo lang die auto’s rijden op de grijze energiemix die er nu door de Europese elektriciteitskabels stroomt, zitten die qua CO2-emissies tussen een diesel en een hybride auto in als je de emissies die vrijkomen bij de productie meerekent. Om de CO2-uitstoot echt naar beneden te brengen zijn veel drastischer maatregelen nodig: grote windparken, meer zonne-energie, investering in de opslag van energie uit hernieuwbare bronnen zodat je ook op een bewolkte, windstille dag nog stroom hebt. Daarvoor is het volgen van het economische karrenspoor, met een beetje gewiebel naar links of rechts, niet voldoende, betoogde Van de Sanden. “Bij de Deltawerken vroegen we toch ook niet: wat levert het op?”